Zeventien jaar lang heb ik niet één mama gehad, ik had er twee. Of toch van maandag tot vrijdag. Want dan zat oma – bomma – bij ons thuis op kot. Op zondagavond kwam ze toe, op vrijdag hing ze haar schort, die ze als een opgelegd uniform droeg, aan de kapstok. Dan klapte ze na het laatste vieruurtje van de week haar rode reiswekker dicht en droeg papa haar witte weekendtas naar beneden. Een Go Pass liet haar leeftijd niet meer toe, maar gelukkig vond ze in papa altijd een bereidwillige chauffeur om de oversteek van Vlijtingen naar Vroenhoven te maken. En met zijn nonchalante rijstijl was dat wellicht ook altijd een beetje (avontuurlijk) reizen.

Bomma had natuurlijk niet zomaar voor dat kotleven gekozen, maar wél voor de eerste en later ook tweede koter die ze onder haar vleugels nam. Met een dochter die per se dokter had willen worden en een schoonzoon die het uitlegde als advocaat, had bomma, die net weduwe was geworden, subtiel en geheel vrijwillig haar diensten aangeboden toen er een eerste kindje onderweg was. Ze zag het anders nooit goedkomen met dat arme welpje. En hoewel ik vermoed dat mama in de loop der jaren wel af en toe naar wat vrijheid snakte na een drukke werkdag, is ze altijd dankbaar geweest voor de structuur en regelmaat die met zachte maar kordate hand werden aangebracht in ons gezin. Al zou ze altijd beweren dat onze mindere kantjes het werk van bomma of bij uitbreiding papa waren – het hing er maar van af wie al dan niet in de buurt was.

Mijn zus en ik lieten ons de luxe van het duomoederschap in elk geval welgevallen. Bomma zwaaide ons in werkplunje uit als we naar school vertrokken – maar niet voordat ze ons elk een borstbol had gegeven. Wij riepen met volle mond dag terug. Gaf de klok aan dat we te lang talmden op de terugweg, dan wachtte ze ons ijsberend op ter hoogte van de brievenbus, met de kat in haar kielzog. Waren we ziek, dan spoorde ze ons aan om warm suikerwater te drinken en droeg ze beboterde en met suiker bestrooide beschuiten aan. Zoete heelmiddelen die later plaatsmaakten voor een glas versgeperst sinaasappelsap dat ze iedere examendag om klokslag drie uur de trap opdroeg. En hoeveel nachten zouden we niet lepeltjesgewijs in haar grote bed hebben doorgebracht, zij en ik? Urenlang heb ik in het donker liggen luisteren naar verhalen over vroeger. Over oorlogen en de boter die over de Nederlandse grens werd gesmokkeld. Over de tijd dat bompa nog leefde. Verhalen die vaak een open eind hadden, want fluisteren was nooit haar sterkste kant geweest, en met een klop op de deur wisten we dat het welletjes was geweest. Bomma was er dag en nacht. Bomma was er altijd. Zeker als er plagende buurjongens verjaagd moesten worden. Dat deed ze met haar bezem.

Af en toe smeekte ik mama weleens om ter afwisseling van het eeuwige vieruurtje aan de keukentafel, een keertje in de opvang te mogen blijven. Maar wanneer de flesjes lauwe Inza-chocolademelk, nog voor ze voldoende waren geschud, werden uitgedeeld, verlangde ik al lang weer naar huis. Mijn kinderen van zes en vier, die alle hoekjes van de naschoolse opvang al sinds het instapklasje als hun broekzak kennen, kunnen het zich amper voorstellen.

Ik zat in het vijfde middelbaar toen er door omstandigheden abrupt een einde kwam aan de geborgenheid van haar eeuwige aanwezigheid. En dat hebben we geweten. Gestoofde worteltjes werden voortaan met aspartaam in plaats van met boter en suiker op smaak gebracht. En in de was gedeponeerde kledij was vanaf dan minstens een week uit roulatie, terwijl we die daarvoor na een dag al terug in onze kleerkast vonden. Nu ja, soms ook in de kleerkast van papa of mama. Er zou nooit meer kersentaart gebakken worden. Maar uiteraard waren dat niet de dingen die mijn hart nadien zo vaak week maakten, en af en toe nog maken. Wel de vijfde stoel die vanaf dan altijd leeg bleef. En de vrees dat ze, daar alleen in haar eigen woning, haar kleine muizen misschien nog wel harder zou missen dan wij haar.

Moederdag is dus ook altijd een beetje haar dag. Maar misschien is het geen slecht idee om die oma’s en opa’s hun eigen podium te geven op een officiële Oma- en Opadag?