Tussen groen, glas en beton
Met de trein aankomen in Luik is op zich al een uitstap waard. Het indrukwekkende HST-station, ontworpen door Santiago Calatrava, is sinds in 2009 in gebruik. Wat verderop zorgt de gloednieuwe voetgangersbrug La belle Liégeoise voor een vlotte oversteek naar het eilandje in de Maas. Het mooie park La Boverie is al sinds de 18de eeuw een trekpleister voor al wie even de drukte van de stad wil ontlopen. Niet te verwonderen dus dat in 1905, ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling, precies deze plaats werd uitgekozen voor de bouw van het Palais des Beaux-Arts, geïnspireerd op Le Petit Trianon (Versailles). Zo’n honderd jaar later, in 2009, schreef de stad een aanbesteding uit voor de bouw van een internationaal kunst- en cultuurcentrum. De bevlogen Franse architect Rudy Ricciotti en het Luikse bureau pHD wonnen de wedstrijd om van het Palais des Beaux-Arts een fris en modern kunstencentrum te maken. Het historische gebouw werd grondig gerestaureerd en uitgebreid met een volledig beglaasde uitbouw van meer dan 1200m². Het resultaat mag er zijn en naast de permanente collecties zal La Boverie een dankbare locatie zijn om tijdelijke tentoonstellingen te ontvangen.

21 Rue La Boétie
We schrijven april 2010: Anne Sinclair loopt, zoals ze al honderden keren eerder deed, voorbij huisnummer 21 in Rue La Boétie te Parijs. Waar nu een bedrijvenhoofdkantoor is gevestigd, was er vanaf 1910 de galerij van haar Joodse grootvader, Paul Rosenberg. “Zijn gedistingeerde voorkomen was het uithangbord van zijn bijzondere talent… Men kwam binnen bij Rosenberg alsof men een tempel betrad. Dankzij hem stonden de schilders die hij onder zijn vleugels nam in hoog aanzien. Zijn kennis van de schilderkunst reikte verder dan die van zijn collega’s, en hij had een bijzonder fijne smaak.”

Zijn opzet was vooral de link te leggen tussen Franse schilderkunst uit het verleden en nieuwe stromingen van de twintigste eeuw. Picasso, Braque, Marie Laurencin of Modigliani: ze hoorden allemaal thuis in zijn galerij.

Ook Matisse vond in Paul Rosenberg een luisterend oor en vertelde hem zijn betrachtingen om de kleuren van de natuur over te brengen naar zijn werk: “die impressie van frisheid en uitbarsting van kleuren streef ik na in mijn werk. Ik bedoel de harmonie waartoe de natuur ons inspireert, maar die we niet noodzakelijk exact moeten reproduceren.”

Veel van deze werken werden sinds de opkomst van het nazisme als “ontaarde kunst” beschouwd. Werken werden verbrand of in veiligheid gebracht door kunstliefhebbers. Ook de galerij in de Rue La Boétie ontkwam niet aan de opvordering. Daarenboven werd het huis ingenomen door het Institut d’Etude des Questions juives: een anti-Joodse organisatie. Rosenberg vluchtte uit Parijs en probeerde werken in veiligheid te brengen, waarin hij slechts ten dele slaagde.

Vluchten of in Frankrijk blijven: voor velen was het een dilemma. Langs een omweg via Portugal kon Paul Rosenberg samen met zijn familie het zo kostbare visum voor de Verenigde Staten verkrijgen. Wie hielp hem hierbij? Alfred Barr, de conservator van het New Yorkse MoMA. In 1942 verloor Rosenberg, zoals talrijke Franse Joden, het Franse staatsburgerschap. Opgenomen in de New Yorkse kunstwereld, zette Rosenberg zijn pleidooi voor de nieuwe kunststromingen onverdroten verder. Zo schreef hij aan Matisse: “Ik ga een lezing geven in San Francisco en Chicago, over kunst in het algemeen en jullie in het bijzonder. Dat is het enige waar ik plezier aan beleef en wat me interesseert. Te veel zaken waar ik gehecht aan was, die mijn leven waren, zijn nu ver van mij.”

Eenmaal de oorlog voorbij was bleef Rosenberg strijd voeren om zijn schilderijen terug te krijgen. Deze strijd was voor hem zeer dubbel, want hij stond niet in verhouding tot het leed van talrijke joden in de uitroeiingskampen.

De expo
Een groot deel van de ruim zestig werken die je in La Boverie kan bewonderen hebben een rechtstreekse band met Paul Rosenberg, omdat zij ooit terechtkwamen in zijn galerieën in Parijs of New York. Ze getuigen van de verschuiving van het artistieke zwaartepunt van Parijs naar New York, dat alles ten gevolge van de ingrijpende invloed van de Tweede Wereldoorlog. Picasso, Braque, Matisse, Léger: het zijn maar enkele namen van vernieuwers in de groep rond Rosenberg die in Luik vertegenwoordigd zijn.

Daarnaast schetst een selectie uitzonderlijke documenten een beeld van de bijzondere relaties tussen de kunstenaars en de handelaar en geeft ze een inzicht in de manier waarop de kunsthandel ontstond bij het begin van de modernistische periode. Een reeks scenografische, audiovisuele en multimediale toepassingen vullen het verhaal aan.

Meer info:
info@21ruelaboetie.com
02 549 60 49
www.21ruelaboetie.com
Anne Sinclair, Rue La Boétie 21. Mémoires, De Bezige Bij, 2012